Hoe stel ik mijn MIG/MAG Lasapparaat in?
Je hebt een MIG/MAG lasapparaat, de juiste draad zit erin en de het gas is aangesloten. Maar hoe stel je nu het apparaat in? Aan welke knoppen moet je draaien om je perfecte las te krijgen? In dit artikel leggen we je kort uit hoe je jouw apparaat kan instellen.
Allereerst om je lasapparaat goed te begrijpen en alle functies te ontdekken is het aan te raden om de handleiding van jouw apparaat goed door te nemen. Deze helpt je al voor een groot gedeelte op weg met de specifieke functies van jouw lasapparaat.
Op een MIG/MAG lasapparaat zijn de knoppen voor spanning en stroomsterkte cruciaal voor het regelen van de lasparameters. De spanning regelt de booglengte, wat direct van invloed is op de hoeveelheid warmte die wordt gegenereerd tijdens het lassen. Dit is van groot belang, omdat de juiste hoeveelheid warmte nodig is om een goede lasverbinding te creëren. Een hogere spanning resulteert in een langere booglengte en meer warmte, ideaal voor het lassen van dikker materiaal vanwege de diepere en sterkere las. Lagere spanning geeft een kortere booglengte en minder warmte, wat gunstig is voor dunner materiaal om warmtevervorming te minimaliseren en een fijnere lasnaad te verkrijgen. Meer spanning betekent dus lassen van dikker materiaal.
De knop voor de draadaanvoersnelheid, die ook wordt beïnvloed door de stroomsterkte, controleert de snelheid waarmee de lasdraad wordt toegevoerd tijdens het lassen. Deze draad dient als elektrode en smelt af om als toevoegmateriaal het smeltbad te voeden. Door de draadaanvoersnelheid aan te passen, regel je de hoeveelheid lasmateriaal die wordt toegevoegd aan de lasnaad per tijdseenheid. Een hogere draadaanvoersnelheid resulteert in meer toevoegmateriaal in het smeltbad, wat gunstig is voor het lassen van dikker materiaal of voor het maken van diepere lassen waar meer vulmateriaal nodig is. Aan de andere kant leidt een lagere draadaanvoersnelheid tot minder toevoegmateriaal in het smeltbad, wat nuttig is bij het lassen van dunner materiaal om overmatige ophoping van materiaal te voorkomen en om fijnere lassen te creëren. Het begrijpen en beheersen van deze instellingen is essentieel voor het verkrijgen van hoogwaardige lasresultaten, waarbij de keuze van de juiste instellingen afhangt van factoren zoals het te lassen materiaal, de dikte ervan en de gewenste lasnaadkwaliteit.